Stap aan boord en reis terug in de tijd naar de indrukwekkende odyssee van de Hydrograaf tijdens de donkere dagen van de Tweede Wereldoorlog.
Op 10 mei 1940, toen de oorlog uitbrak in Nederland, lag de Hydrograaf in de haven van Zijpe met de belangrijke taak van het controleren van oorlogsbetonning en verlichting. Spoedig stoomde ze op naar Vlissingen om te bunkeren. Op 15 mei arriveerde de commandant aan boord en in de nacht van 17 op 18 mei stak ze over naar Breskens. Van daaruit voer ze door naar Oostende en onderging ze Duitse luchtaanvallen op weg naar de rede van Duinkerken, waar ze Nederlandse loodsboten aantrof die Franse troepen hadden geëvacueerd uit Vlissingen.
Op 20 mei voer de Hydrograaf, samen met 5 loodsboten en begeleid door de Engelse destroyer HMS ‘Keith’, naar de Downs en vervolgens naar Falmouth, waar ze op 24 mei aankwam. Daar bracht prins Bernhard op 4 juli een bezoek aan boord.
In maart 1942 verhuisde de Hydrograaf naar Holyhead en in september 1943 voer ze via het Caledonian Canal naar Harwich, opnieuw als depotschip, dit keer voor de Nederlandse Mijnendienst en voor Nederlandse trawlers omgebouwd tot mijnenvegers. Daar werd ze langszij van de mijnenlegger Medusa gelegd en onderging enkele verbouwingen.
Op 18 april 1944 bezocht Koningin Wilhelmina de Hydrograaf aan boord. Vanaf september 1944 maakte ze zich klaar om terug te keren naar bevrijd gebied in Nederland. Na een dokbeurt in Grimsby vertrok de Hydrograaf op 6 december naar Terneuzen, waar ze haar werk hervatte op het Oostgat en de Westerschelde, bij het opnemen van de ingang van de haven van Antwerpen voor de geallieerde scheepvaart.
De klassieker ‘Hydrograaf’, met haar onverschrokken bemanning, vertegenwoordigt een heldhaftig hoofdstuk in de maritieme geschiedenis, vastgelegd door de moedige verhalen van machinist Jaap Hart en het gedetailleerde onderzoek in “De Hydrograaf in Kaart Gebracht”.
Het boek “De Hydrograaf in Kaart Gebracht” is te bestellen op onze website.